| |
Mihalyi Czikszentmihalyi
heeft een boek geschreven met de titel Creativiteit waarin hij zijn ideeën
over creativiteit uitgebreid uiteenzet. Ik wil proberen de belangrijkste
dingen daaruit hieronder samen te vatten.

Inleidende
opmerkingen
Creativiteit is iets tot stand brengen wat werkelijk nieuw is en waardevol
genoeg wordt geacht om een de cultuur toegevoegd te worden. Het is niet
hetzelfde als talent, noch als genialiteit.
Creativiteit is het geheimzinnige proces waardoor mensen nieuwe ideeën
en nieuwe dingen creëren. Czikszentmihalyi is ervan overtuigd dat
creativiteit niet alleen verklaard kan worden door mensen die creativiteit
bezitten. Een krakende boom in het bos wordt niet gehoord als er geen
luisterend oor is, en evenmin zullen creatieve ideeën aarden wanneer
er geen publiek is dat ze erkent en uitvoert. En zonder de beoordeling
van competente buitenstaanders kan er niet worden bepaald of de beweringen
van een zogenaamd creatief persoon wel inhoud hebben.
Volgens deze opvatting komt creativiteit voort uit de wisselwerking in
een systeem dat bestaat uit drie elementen: een cultuur die symbolische
regels bevat, een persoon die nieuwe dingen in het symbolisch gebied invoert
en een aantal deskundigen dat deze vernieuwingen herkent en beoordeelt.
Deze elementen zijn alle drie noodzakelijk voor de totstandkoming van
een creatief idee, een product of een creatieve ontdekking.
Creativiteit is het culturele equivalent van het proces van genetische
verandering dat leidt tot biologische evolutie. Creativiteit verandert
het symbolische cultuurgebied, of het nu gaat om nieuwe liedjes, apparaten
of ideeën.
Veranderen kost veel moeite en veronderstelt dat wat zal veranderen tevoren
door en door moet worden gekend. Dat vergt in de eerste plaats dat er
aandacht aan wordt geschonken. Wie creatief wil zijn op een bepaald gebied
moet beginnen er een surplus aan aandacht aan te geven. Bovendien moeten
ideeën vanuit verschillende invalshoeken samen kunnen komen (op de
grens van vakgebieden, culturen etc. gebeurt dat eerder), wat ook inhoudt
dat te grote specialisatie remmend kan werken.
Creativiteit is niet iets wat gebeurt in een hoofd, maar in de wisselwerking
tussen gedachten en een sociaal-culturele context. Het is eerder een stelselmatig
dan een individueel fenomeen.
Het stelselmodel
Czikszentmihalyi onderscheidt in zijn verhandeling drie elementen die
samen bepalend zijn voor creativiteit: het gebied, het veld en de mens.
Het gebied is de verzameling symbolische regels en procedures (bijvoorbeeld
de wiskunde of de muziek). Het veld omvat alle mensen die fungeren als
bewakers van het gebied. Zij bepalen welke ideeën of producten mogen
toetreden. De mens is de persoon die de symbolen gebruikt van het gebied
en een nieuw idee of inzicht heeft dat door het juiste veld wordt erkend.
Creativiteit is dus elke daad, elk idee of elk product dat een bestaand
gebied verandert of een heel nieuw gebied vestigt.
Een creatieve mens is iemand wiens gedachten of handelingen een gebied
veranderen of een nieuw gebied vestigen, met instemming van het veld.
De belangrijkste implicatie van dit stelselmodel is wellicht dat het niveau
van creativiteit op een gegeven plaats op een gegeven moment niet alleen
afhankelijk is van de mate van individuele creativiteit. Het is ook afhankelijk
van de mate waarin de betreffende gebieden en velden openstaan voor nieuwe
ideeën. Dit heeft grote consequenties voor het bevorderen van creativiteit.
Pogingen om de individuele creativiteit te vergroten zijn pas nuttig wanneer
ook de managers in staat zijn de waardevolle ideeën te selecteren
en door te voeren.
Om enigszins overzichtelijk te blijven "moet" een cultuur zeer
veel nieuwe ideeën verwerpen. Omdat aandacht schaars is, moeten we
kieskeurig zijn. Daarbij fungeert het veld van deskundigen als filter.
De creatieve persoon zal dus het veld moeten overtuigen van de waarde
van zijn vernieuwing. Daarbij kan het veld creativiteit bevorderen door
pro-actief te zijn, dus ideeën stimuleren en vragen om vernieuwing.
Goede contacten met de omgeving en het verwerven van voldoende (financiële
steun voor het eigen gebied kan de creativiteit ook bevorderen.
De
creatieve persoonlijkheid
Creatieve mensen worden veelal gekenmerkt door hun vermogen om zich aan
vrijwel elke omstandigheid aan te passen en alles wat op hun weg komt
te gebruiken voor hun doelen.
Czikszentmihalyi noemt de volgende creativiteit bevorderende eigenschappen:
* genetische aanleg voor een gebied
* interesse voor dat gebied
* gezonde dosis nieuwsgierigheid, verwondering en belangstelling is nodig
om een interessant probleem te herkennen. Openstaan voor nieuwe ervaringen.
* toegang tot een gebied
* toegang tot een veld
Een belangrijk kenmerk
van creatieve mensen is hun complexiteit, de neiging tot bepaalde gedachten
en handelingen die in de meeste mensen niet samengaan. Ze bevatten tegenstrijdige
uitersten, zijn geen 'enkeling' maar 'veelheid'. Alle mogelijke menselijke
trekken worden in hen verenigd.
Iedereen heeft deze eigenschappen in zich, maar meestal is slechts een
van de tegenpolen ontwikkeld: bijvoorbeeld agressief en competitief tegenover
zorgzaam en coöperatief. Iemand met een complex karakter is in staat
alle eigenschappen tot uiting te brengen. Carl Jung noemde dit de 'volwassen
persoonlijkheid'. Jung meent dat elke sterke kant van de mens een schaduwzijde
heeft, die de meesten van ons weigeren te erkennen. Maar zolang we deze
schaduwzijde verloochenen zullen we geen totaliteit of tevredenheid ervaren.
Een complex karakter betekent niet dat er sprake is van een gemiddelde,
van iemand die met alle winden meewaait. Het betekent dat iemand in staat
is om, wanneer de situatie dit vereist, van het ene naar het andere uiterste
te gaan.
Je kunt creatieve mensen verbeelden in tien paren van schijnbaar tegengestelde
eigenschappen:
* Creatieve mensen hebben veel lichamelijke energie, maar zijn ook vaak
rustig en stil. (Ze hebben een goede controle over energie, hebben veel
geconcentreerde energie als het nodig is en weten daarna de batterij weer
op te laden door rust en bezinning).
* Creatieve mensen zijn doorgaans slim, maar tegelijk naïef. (Ze
zijn in staat het convergente en het divergente denken te combineren)
* Creatieve mensen combineren speelsheid met discipline.
* Creatieve mensen schommelen tussen verbeelding en fantasie enerzijds
en een diepgewortelde realiteitszin anderzijds. (Grote kunst en grote
wetenschap impliceren dat de verbeelding een sprong maakt in een wereld
die verschilt van het heden. Het gaat om oorspronkelijkheid zonder bizar
te zijn.)
* Op het continuüm tussen extraversie en introversie lijken creatieve
mensen tegengestelde neigingen te hebben. Zij kunnen goed alleen zijn
en ook goed omgaan met andere mensen.
* Creatieve mensen zijn vaak zowel opvallend bescheiden als trots, zowel
ambitieus als onbaatzuchtig, gericht op competitie en samenwerking.
* Creatieve mensen vermijden het strikte patroon van mannelijke versus
vrouwelijke eigenschappen. Psychologische androgynie: het vermogen om
tegelijkertijd agressief en zorgzaam, gevoelig en hard, dominant en onderdanig
te zijn zonder dat het geslacht daarbij een rol speelt. Het is een verdubbeling
van het reactierepertoire.
* Een creatief persoon is zowel traditioneel en conservatief als opstandig
en iconoclastisch. Vernieuwen met respect voor het bestaande.
* Een creatief persoon is erg gedreven, maar tegelijkertijd uitermate
objectief. Betrokken en tegelijkertijd onpartijdig.
* Door hun openheid en gevoeligheid worden creatieve mensen blootgesteld
aan pijn en leed, maar ook aan heel veel genot. Een creatief mens heeft
het vermogen te genieten van het scheppingsproces op zich. Werkgenot,
plezier in het werk zelf is erg belangrijk.
Het
creatieve werk
Het klassieke beeld van creatief werk kent vijf stadia:
Voorbereiding
Het al dan niet bewust opgeslokt worden door een reeks problematische
kwesties, die boeiend zijn en de nieuwsgierigheid wekken.
Broedperiode
In de periode kloppen de ideeën op de deuren van het bewustzijn en
kunnen ongebruikelijke verbanden worden gelegd. Wanneer we een probleem
bewust proberen op te lossen, verwerken we de informatie op lineaire,
logische wijze. Maar wanneer ideeën zelfstandig, zonder dat we ze
in rechte en beperkte banen leiden, op elkaar kunnen reageren, is er ruimte
voor onverwachte combinaties.
Inzicht, Aha-erlebnis
Het moment waarop alle stukjes op de plek vallen.
Evaluatie
De periode waarin besloten wordt of het inzicht waardevol is en een vervolg
krijgt.
Uitwerking
In deze periode wordt het inzicht verder uitgewerkt. Dit is de meest tijdrovende
periode en hiervan zei Edison: 'Creativiteit is een procent inspiratie
en 99 procent transpiratie'.
|
|
| |
Het verhaal van de
Amerikaanse fysicus Freeman Dyson in Czikszentmihalyi's boek Creativiteit
(bladzijde 92-94) illustreert dit perfect:
Freeman Dysons beschrijving van het creatieve proces dat hem beroemd maakte,
getuigt van een meer lineaire ontwikkeling. Dyson studeerde bij Richard
Feynman, die in de late jaren veertig pogingen deed om de elektrodynamica
uit te leggen in kwantummechanische termen. Als hij daarin zou slagen,
zouden de wetten van elektriciteit zo kunnen worden vertaald dat ze beter
aansloten bij de fundamentelere wetten van het subatomair gedrag. Dat
zou een enorme vereenvoudiging zijn en een nieuwe orde in het gebied van
de fysica brengen. Hoewel de meeste collega's dachten dat Feynman met
fundamentele en gewichtige zaken bezig was, begrepen maar weinigen de
krabbels en schetsjes waarmee hij zijn ideeën onderbouwde, met name
omdat hij direct, zonder tussenstops, van A naar Z ging. Een andere fysicus,
Julian Schwinger, werkte in diezelfde tijd aan een vereniging van de kwantumtheoretische
en elektrodynamische beginselen. Schwinger was in veel opzichten het tegenovergestelde
van Feynman; hij werkte langzaam en methodisch en was zo'n enorme perfectionist
dat hij nooit zijn nek uitstak en beweerde een probleem te hebben opgelost.
Freeman Dyson, die in de directe omgeving van Feynman studeerde, aan de
Cornell Universiteit, bezocht ooit een serie lezingen van Schwinger. Dit
inspireerde hem tot het volgende: hij zou Feynmans intuïtieve sprongen
combineren met Schwingers eindeloze berekeningen, zodat het gedrag van
kwanta in relatie tot elektrische verschijnselen voor eens en altijd verklaard
zou kunnen worden. Nadat Dyson zijn werk had voltooid, waren zowel Schwingers
als Feynmans theorieën begrijpelijk geworden en kregen deze twee
natuurkundigen de Nobelprijs. Maar als iemand die prijs verdiende, zo
waren verschillende collega's van mening, dan was het Dyson wel. Hier
volgt zijn beschrijving van het proces dat leidde tot zijn prestatie:
"Het was in de zomer van 1948, dus ik was vierentwintig. Er was een
groot vraagstuk waar vrijwel de gehele natuurkundige gemeenschap haar
aandacht op richtte. Zo gaat het meestal in de fysica iedereen
werkt aan dezelfde bijzonder boeiende kwestie, aan één ding
tegelijk dus. En in die jaren was dat de kwantumelektrodynamica, een theorie
van straling en atomen, een theorie die een zooitje was en in feite door
niemand echt werd begrepen. Eigenlijk een soort stilte voor de storm van
verdere ontwikkelingen. Dus iemand moest leren hoe er met die theorie
gerekend moest worden. De theorie zelf was niet onjuist, maar op de een
of andere mannier zat ze niet goed in elkaar. Elke keer dat ze s voor
berekeningen gebruikt werd, kwamen er curieuze oplossingen uit als nul
of oneindig en zo. Maar goed, op dat moment ontstonden er twee theorieën
die verbonden waren aan twee mensen, Schwinger en Feynman, beide zo'n
vijf jaar ouder dan ik. Ieder ontwikkelde zijn eigen nieuwe stralingstheorie,
die allebeide goed leek te werken, hoewel er aan beide theorieën
nog wel wat haken en ogen zaten. Ik was zo gelukkig met allebei in aanraking
te komen en ging aan de slag.
Zes maanden lang werkte ik erg hard om beide theorieën te begrijpen,
gewoon keihard werken aan berekeningen dus. Ik zat dagen achter elkaar
achter een stapel papieren, en maar rekenen, rekenen en rekenen, tot ik
begreep wat Feynman precies bedoelde. En na zes maanden ging ik op vakantie.
Ik stapte op een Greyhound-bus naar Californië, waar ik een paar
weken rondhing. Dit was nog maar kort na mijn vertrek uit Engeland, dus
de westkust had ik nog nooit gezien. Na twee weken Californië, waar
ik helemaal niet werkte en alleen maar een beetje rondkeek, stapte ik
weer op de bus naar Princeton. En toen, midden in de nacht, we reden door
Kansas, was opeens alles glashelder, een soort grote openbaring, een soort
Eureka-ervaring. Plotsklaps had ik het beeld scherp voor ogen en Schwinger
paste er precies in en ook Feynman paste er precies in, en het resultaat
was een bruikbare theorie. Dat was het grote creatieve moment van mijn
leven. Daarna besteedde ik nog eens zes maanden aan het uitwerken van
alle details en dergelijke. Uiteindelijk schreef ik al mijn bevindingen
op en publiceerde ik twee lange artikelen in Physical review, en vanaf
dat moment was ik ingezetene van het koninkrijk der natuurwetenschappen."
|
|