| |
Onderstaande gegevens komen uit de congresmap van het op 1 juni 1999 op
Nijenrode gehouden Nationaal Ideeëncongres 'Tijd voor ideeën'
, georganiseerd door het ideeëncentrum, te vinden op www.ideeencentrum.nl
dr. Jeff B.R. Gaspersz
Dr. Jeff Gaspersz is verbonden aan Universiteit Nijenrode als hoogleraar
Management of Innovation & Creativity en als vice-voorzitter van van
CHROME, het kenniscentrum van Nijenrode op het gebied van vraagstukken
van HRM, kennismanagement en innovatie. Tevens is hij als directeur verbonden
aan het KPMG Center for Innovation and Creativity. Hij verricht nationaal
en internationaal training onderzoek en advisering op uiteenlopende gebieden
zoals ideeënmanagement, management van employability en de toekomst
van organisaties. Jeff Gaspersz publiceerde artikelen en boeken en is
veelvuldig spreker op conferenties. Hij heeft een groot aantal leidinggevenden
en organisaties geadviseerd over creativiteit en ideeënmanagernent.
voordracht:
Investeren in creativiteit
Waarom creatief?
Een organisatie die investeert in de creativiteit van medewerkers bouwt
aan een uniek, moeilijk te imiteren competitief voordeel. Creativiteit
biedt organisaties de mogelijkheid zich te kunnen blijven onderscheiden
van concurrenten door telkens nieuwe wegen te ontdekken om toegevoegde
te leveren aan klanten, medewerkers of andere stakeholders.
Creativiteit heeft voor sommigen een softe bijklank en wordt geassocieerd
met knutselwerk, schilderen, plakken en knippen. Dat is echter een verkeerde
aanname. Aan creatieve uitingen in muziek, schilderen of andere kunstvormen
ligt dezelfde oorsprong ten grondslag als aan het ontdekken van onuitgesproken
klantbehoeften, het vinden van nieuwe wegen voor kwaliteitsverhoging of
het ontwikkelen van nieuwe vormen van dienstverlening. Vernieuwing begint
immers altijd met een idee. De permanente opgave in organisaties is daarom
om de ideeënkracht van werknemers te ontwikkelen, nieuwe ideeën
serieus te nemen, ze te koesteren en de meest waardevolle snel tot actie
te brengen. In sommige organisaties zijn wel tweehonderdvijftig nieuwe
ideeën nodig om uiteindelijk, na selectie, één nieuw
product op te leveren.
Creativiteit is echter geen issue dat speciale aandacht krijgt in organisaties.
Hoewel bedrijven zich vaak wel bewust zijn van de noodzaak tot verbetering
en innovatie, beseft men onvoldoende dat dit van topmanagement, chefs
en medewerkers vraagt om buiten de vertrouwde kaders te denken en nieuwe
ideeën, strategieën en invalshoeken te genereren. Zo men al
spreekt over creativiteit in het bedrijf dan ziet men deze eigenschap
veelal beperkt tot medewerkers in bedrijfsonderdelen als marketing, research
& development of product design.
Dit betekent dat er nog veel onontdekt creatief potentieel is aan te boren.
Potentieel, dat kansen op groei en succes voor de organisatie biedt. Veel
bedrijven in de Verenigde Staten ontdekten dit al en daar steeg het aantal
bedrijven dat investeerde in de creativiteit van het personeel door middel
van trainingen in de afgelopen jaren van 16% naar 35% .

|
|
| |
Management
van creativiteit:
drie strategische opgaven in een zandloper
| Bij het
investeren in creativiteit zijn drie strategische opgaven te onderscheiden:
het scheppen van een creatief klimaat, de stimulering van creatief
denken door medewerkers en teams en het signaleren en evalueren van
ideeën. Dit werken op drie fronten tegelijk kun je management
van creativiteit noemen. Het is de metafoor van de zandloper
die in dit geval niet het vloeien van de tijd, maar van de creativiteit
weergeeft en waarbij het zand staat voor de ideeën die in een
organisatie kunnen stromen. |
|
 |
Creatief
klimaat scheppen
Om het zand te kunnen bevatten zal de zandloper aan de bovenkant wijd
genoeg moeten zijn. Metaforische gedacht wijst dit op het klimaat in de
organisatie dat voldoende ruimte en stimulans moet bieden om met ideeën
te komen. Het scheppen van een creatief klimaat is daarom de eerste strategische
opgave voor organisaties die willen investeren in creativiteit.
Uit studies komt naar voren dat ondernemingen die creativiteit succesvol
weten te bevorderen:
* individuele medewerkers openlijke waardering bieden voor het aandragen
van waardevolle ideeën
* tolerant zijn voor afwijkende meningen en diversiteit in denken juist
aanmoedigen
* tolerant zijn voor gemaakte fouten en de leerwaarde van fouten juist
benadrukken. Dit brengt met zich mee dat werknemers risico's durven nemen.
werknemers tijd en financiële middelen bieden om de eigen ideeën
zoveel mogelijk zelf uit te werken.
* veel nadruk leggen op verspreiden van informatie binnen het bedrijf.
De achterliggende gedachte is dat kennis die in de ene afdeling geen waarde
meer heeft, in andere afdelingen juist tot nieuwe ideeën kan leiden.
* topmanagers hebben die creativiteit aanmoedigen en die de uitwerking
van kansrijke nieuwe ideeën ook maximaal ondersteunen.
Investeren in creativiteit betekent dus aandacht schenken aan elk van
deze afzonderlijke elementen om daarmee een omgeving te scheppen waar
werknemers zich voortdurend uitgedaagd voelen om met nieuwe voorstellen
voor verbetering of vernieuwing te komen.
|
|
| |
Stimulering
creatief denken
In het beeld van de zandloper kan het zand (de ideeën) echter alleen
met voldoende snelheid stromen wanneer het smalle gedeelte niet te nauw
is. Dit verwijst naar de tweede strategische uitdaging: het "oprekken"
van de creatieve vermogens van alle medewerkers. De aanname is dat alle
werknemers, onafhankelijk van hun hiërarchische positie of opleidingsachtergrond,
aandrager kunnen zijn van nieuwe ideeën.
Creativiteit is echter geen vanzelfsprekendheid. Veel gemakkelijker is
het om steeds weer de vertrouwde wijze van denken en handelen te kiezen.
In sommige gevallen is echter de uitdaging groot om buiten de vertrouwde
kaders naar oplossingen te zoeken, bijvoorbeeld wanneer teamprestaties
omhoog moeten terwijl de werkdruk reeds overweldigend is. Wanneer klanten
massaal naar de concurrent trekken terwijl de prijs of kwaliteit van de
dienstverlening op korte termijn niet te veranderen is. Wanneer het noodzakelijke
personeel niet te vinden is, maar belangrijke projecten binnenkort wel
van start moeten gaan. In zulke crisissituaties komt het erop aan de ingesleten
denkpatronen te verlaten en nieuwe, onorthodoxe, oplossingen te verkennen.
Daarnaast kan creatief denken ook in reguliere situaties ondersteuning
geven. Alvorens keuzes te maken voor een bepaalde handelwijze (convergent
denken), dwingt men zichzelf eerst meerdere ideeën over andere mogelijkheden
te ontdekken (divergent denken).
Concrete trainingsactiviteiten die het vermogen tot divergent denken stimuleren,
richten zich op:
* Technieken die uitnodigen tot het zien van meerdere invalshoeken op
een probleem of het zien van relaties tussen problemen. Zij kunnen leiden
tot nieuwe combinaties op grond van bekende informatie. Een voorbeeld
is het door Tony Buzan ontwikkelde mindmapping waarbij men het probleem
centraal op een blad neerschrijft en de mogelijke oplossingen en suboplossingen
als vertakking en zijvertakkingen eromheen tekent. Het nodigt uit tot
het leggen van relaties tussen (zij)takken en dus tot het combineren van
oplossingsrichtingen.
* Technieken die uitnodigen tot het zien (visualiseren) van overeenkomsten
met andere verschijnselen of problemen. Een voorbeeld is de techniek waarbij
men zoekt naar metaforen of associaties om het probleem of de situatie
te beschrijven. (Onze afdeling is als team in de topsport. Een paar keer
slecht scoren en je zit op de reservebank) Van daaruit is, gebruik makend
van de metafoor, ook de wenselijke situatie te beschrijven. (zij die slecht
scoren hebben juist de teamcoach hard nodig).
* Technieken die dwingen tot het nemen van denkstappen in andere richtingen
dan de vertrouwde paden. Dit heeft Edward de Bono lateraal (of zijwaarts)
denken genoemd. Een bekende techniek van De Bono is het vergaderen met
6 hoeden die staan voor verschillende denkrichtingen (zoeken naar feiten,
positieve kanten zien, zoeken naar alternatieven etc.). Wanneer alle deelnemers
met elkaar steeds dezelfde hoed opzetten en zo alle hoeden afgaan, is
het resultaat dat het team systematisch alle denkrichtingen verkent.
* Technieken die uitgaan van het het principe dat het zien en horen van
ideeën leidt tot nieuwe ideeën. Een bekend voorbeeld is brainstorming
waarbij deelnemers, zonder vrees voor het oordeel van anderen, elk idee
dat in hen opkomt uiten. Een minder bekende, maar krachtige, techniek
is brainwriting waarbij iedere deelnemer op kaartjes een idee schrijft
en dat doorschuift naar anderen in de groep en dus zelf ook weer ideeën
op kaartjes ontvangt. Het zien van de ideeën van anderen op de kaartjes
leidt tot nieuwe ideeën en binnen korte tijd ontstaat er lawine van
kaartjes. Het volgende stadium is de rangschikking en evaluatie van ideeën.
Signaleren en evalueren van ideeën
Ten slotte is er bij het management van creativiteit de opgave processen
te ontwikkelen die nieuwe ideeën in de organisatie signaleren, registreren,
evalueren en de meest waardevolle (snel) tot actie brengen. In de metafoor
van de zandloper gedacht wijst het op de noodzaak van capaciteit onderaan
de zandloper om het zand (de ideeën) te kunnen opvangen. Vele bedrijven
plaatsen hiertoe een ideeënbus. Uit onderzoek blijkt dit voor 75%
van de bedrijven met meer dan 500 werknemers het geval te zijn. Een ideeënbus
is echter een gebrekkig middel voor organisaties die werkelijk de creativiteit
willen stimuleren. Het is de primaire taak van managers om ideeën
van werknemers te signaleren, hen daarvoor te waarderen en de betrokken
werknemers op de hoogte te houden van de voortgang van de evaluatie van
het idee. Dit is geen gemakkelijke taak. De hoge werkdruk en korte termijngerichtheid
kan ertoe leiden dat nieuwe ideeën als lastig en soms zelfs als bedreigend
worden ervaren. Dit gedrag kan alleen veranderen wanneer het topmanagement
de noodzaak van nieuwe ideeën uitdraagt, managers zelf nieuwe ideeën
vroegtijdig leren herkennen en evalueren. Voorts zal het management ook
de faciliteiten moeten geven om ideeën verder uit te werken.

|
|