| |
Niet de handen
maar de hersens van medewerkers, daar gaat het tegenwoordig vooral om.
En hoewel managers grote waarde hechten aan het belang van innovatie en
creativiteit, blijkt de dagelijkse praktijk vele voetangels en klemmen
te kennen.
Annet Lenderink
Teveel kapitaal en
te weinig ideeën. Deze zorgelijke typering van het bedrijfsleven
is regelmatig op de economiepagina's van de dagbladen terug te vinden.
Het geld is de afgelopen jaren vooral verdiend met overnemen, fuseren,
splitsen en afstoten en niet met het aanboren van nieuwe winstgevende
activiteiten. Is er in Nederlandse bedrijven wel voldoende aandacht voor
innovatie en creativiteit?
De recent aan de Universiteit Nijenrode benoemde hoogleraar Management
van Creativiteit, professor Jeff Gaspersz, ziet bij bedrijven grote belangstelling
voor creativiteit, maar hij vindt ook dat er meer in geïnvesteerd
moet worden, puur uit economische motieven. Tijdens zijn voordracht op
het in juni op Nijenrode gehouden Nationale Ideeëncongres citeerde
hij met instemming Lewis Platt, chairman van Hewlett Packard: 'Whatever
made you succesfull in the past, won't in the future.' Gaspersz stelt
dat een organisatie zich in deze tijd van snelle veranderingen alleen
optimaal kan ontwikkelen als ze de bij haar medewerkers aanwezige creatieve
denkkracht benut voor innovatie. En dan gaat het niet alleen om nieuwe
producten, maar ook om service-concepten, slimme allianties of het openleggen
van nieuwe markten.
Zandloper
 |
|
Gaspersz
voorspelt dat creativiteit een even belangrijk begrip zal worden als
employability. `De werknemer zal meer tijd krijgen om creatief te
zijn, ondernemers zullen hun organisatie erop gaan inrichten. Het
aantal bedrijven dat in de Verenigde Staten investeert in de creativiteit
van het personeel door middel van trainingen is in de afgelopen jaren
verdubbelt van zestien tot 35 procent.'
Gaspersz geeft direct toe dat je er niet bent met het trainen van
je personeel. Bedrijven moeten een klimaat scheppen waarin ideeën
kunnen ontstaan en tot hun recht komen. Het model dat hem daarbij
voor ogen staat is een zandloper, waarbij het zand staat voor de ideeënstroom
in een organisatie. Om al het zand te bevatten moet de zandloper bovenaan
wijd zijn: de organisatie biedt voldoende ruimte en stimulans om met
ideeën te komen. |
Dat is de eerste opgave
voor wie wil investeren in creativiteit. Kenmerkend voor een creatief
klimaat is waardering voor medewerkers die ideeën aandragen, tolerantie
voor afwijkende meningen en fouten, tijd en financiële middelen om
ideeën uit te werken, kennisuitwisseling door het hele bedrijf en
een stimulerende houding van het topmanagement.
Het smalle deel van de zandloper staat voor de creatieve vermogens van
de medewerkers en mag niet te nauw zijn om het zand vlot te laten stromen.
De tweede opgave voor het bedrijf is dan ook het oprekken van de creatieve
vermogens van de medewerkers. Want hoewel iedereen ideeën heeft,
is creativiteit niet vanzelfsprekend. Mensen kiezen doorgaans voor vertrouwde
manieren van denken en handelen. Om die ingesleten denkpatronen te verlaten
en nieuwe, onorthodoxe, oplossingen te verkennen is druk van buiten nodig.
Opgelegde druk - door speciale brainstormtechnieken toe te passen - of
spontane druk vanuit de omstandigheden, zoals een gevoel van urgentie
dat ontstaat door de dreigende voorsprong van een concurrent, het weglopen
van klanten of onverwacht vertrek van personeel.
Komt de stroom ideeën eenmaal op gang dan is de derde opgave ze te
signaleren, te registreren en evalueren om tenslotte de meest waardevolle
tot uitvoering te brengen. Dat betekent dat ook onderin de zandloper voldoende
capaciteit moet zijn om alle zand (ideeën) op te vangen.
Ideeënbus
Het integrale zandlopermodel vindt nog weinig aftrek, blijkt uit onderzoek
van KPMG onder honderdtwintig grote Nederlandse bedrijven. Uit het onderzoek
komt tevens naar voren dat bedrijven de noodzaak van creativiteit duidelijk
onderkennen, maar bij het verwerken van ideeën doorgaans tegen problemen
aanlopen. Zo blijken managers nieuwe ideeën vaak als lastig te ervaren,
is er weinig tijd voor een verdere ontwikkeling en voor uitwisseling van
kennis die tot nieuwe ideeën leidt.
In de praktijk blijken veel bedrijven het nog te doen met de aloude ideeënbus
en het daarvan afgeleide ideeënmanagement. Over de hernieuwde populariteit
van de ideeënbus en de forse besparingen die ermee te behalen zijn
schreef Rob Voorwinden eerder in PW (19-9-1998). Vooral TIM (Telecom Ideeën
Management) van KPN Telecom is hèt voorbeeld van modern ideeënmanagement.
Via het systeem kunnen medewerkers per telefoon of e-mail ideeën
indienen, die vervolgens door de speciale ideeënmanagers binnen een
redelijke termijn worden beoordeeld op bruikbaarheid. Niet bruikbare ideeën
worden met een kleinigheid beloond, de echt goede ideeën kunnen de
indiener maximaal vijfentwintigduizend gulden opleveren. Het resultaat
van deze aanpak was een enorme stijging van het aantal ingediende ideeën
en een besparing van tachtig miljoen in 1997.
Een mooi systeem,
vindt Stan Boshouwers van Tinker
Imagineers, vooral door zijn snelheid en laagdrempeligheid. Toch heeft
hij ook enige kritiek: 'Wie het systeem opent ziet als eerste opmerking
dat KPN Telecom eigenaar is van de ingediende ideeën. Dat zal een
aantal mensen afschrikken, want wie een goed idee heeft, beschouwt dat
toch een beetje als zijn eigen kindje.'
Boshouwers heeft zich op het ideeëncongres een beetje verbaasd over
de nadruk op systemen en besparingen. Voor hem zit er ook een andere,
meer vruchtbare kant aan creativiteit en de ontwikkeling van ideeën.
'Het gaat niet alleen om de stroom van ideeën, maar vooral om dat
ene idee waarvan iedereen zegt: dat is het! Van de tweehonderd gespuide
ideeën tijdens een brainstormsessie is dat er misschien maar een.'
Het draait voor Boshouwers om inspiratie, datgene wat een idee tot leven
brengt, de kwaliteit van een idee. Hij werkt samen met collega Erik Bär
als creativiteitsconsulent voor uiteenlopende bedrijven en instellingen.
'We bedenken niet zelf de ideeën, maar helpen bedrijven bij het ontwikkelen
en overdragen van al in de organisatie aanwezige, nog bedekte ideeën.
Dat doen we met brainstormtechnieken, waarbij we proberen zoveel mogelijk
ideeën te genereren, maar ons oriënteren op het 'perfecte idee'.
Deze aanpak slaat aan, maar wekt ook wel eens weerstand bij opdrachtgevers.
Dat zijn vaak managers van grote organisaties die 'iets willen met creativiteit'
zonder precies te weten wat. Op zich is dat begrijpelijk, vindt Boshouwer,
want het runnen van een bedrijf vraagt rechtlijnigheid, efficiency, een
doelgerichte weg naar succes. Creativiteit moet het daarentegen juist
hebben van losheid, van tijd, rust en ruimte, van dingen die in de meeste
bedrijven niet direct voorhanden zijn.
Stress
Waar goed draaiende bedrijven al moeite hebben met het creëren van
een inspirerend klimaat, geldt dat nog meer voor bedrijven in problemen.
Professor Theo Compernolle, hoogleraar 'Gezondheidszorg en Gezinsdynamiek'
aan de Medische Faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam houdt
zich bezig met de relatie tussen stress en creativiteit. Hij maakt zich
vooral zorgen over de negatieve invloed van stress op de creativiteit
van bedrijven die bezig zijn met afslanken en reorganiseren of waar continu
een hoge druk heerst om met minder mensen steeds meer werk te verzetten.
Stress ondermijnt daar de creativiteit die juist in tijden van nood zo
broodnodig is om de concurrentie voor te blijven.
In zijn voordracht op het ideeëncongres schetst Compernolle het verband
tussen creativiteit en de eisen die het werk aan ons stelt als een omgekeerde
U-curve. 'Als er in verhouding tot onze capaciteiten te weinig eisen aan
ons worden gesteld, zijn we weinig creatief. Liggen de eisen in de buurt
van die capaciteiten, dan hebben we plezier in het werk en neemt onze
creativiteit toe naarmate meer van ons verwacht wordt. Net voorbij de
top van de curve voelen we irritatie en frustratie, maar die kunnen positief
uitwerken omdat ze de aanzet en motivatie zijn om nieuwe en betere oplossingen
te zoeken. Ik noem dat creatieve frustratie. Stress die te hoog is of
te lang duurt, ondermijnt de voor creatief denken benodigde hogere intellectuele
functies. We integreren en abstraheren minder goed en ons blikveld vernauwt
tot een tunnelvisie. We kunnen ons slecht concentreren en nadenken ontaardt
in piekeren.'
Teveel stress maakt ons dom, stelt Compernolle onomwonden, en maakt het
bovendien moeilijker te ontspannen, terwijl ontspanning onontbeerlijk
is voor creativiteit. Hij beschrijft hoe creatieve ontdekkingen vooral
gedaan worden op momenten van ontspanning. 'Iedereen heeft wel eens meegemaakt
dat hij de hele dag zonder succes piekert over de oplossing voor een lastig
probleem, waarna die oplossing zich onverwacht opdringt als hij er niet
meer aan denkt: in bad, in bed of tijdens de afwas.' De meest creatieve
momenten zijn de momenten van ontspanning na heel geconcentreerde inspanning.
Overigens is de inspanning om een probleem te doorgronden even belangrijk,
want creativiteit valt niet zomaar uit de lucht. Het vereist uitgebreide
kennis van het onderwerp.
Nuttige overtolligheid
Compernolle trekt uit zijn kennis over de relatie tussen stress en creativiteit
de conclusie dat een bedrijf dat creatief wil zijn veel aandacht moet
schenken aan de manier waarop het met de medewerkers omgaat. 'Wie goed
met mensen omgaat, krijgt creativiteit er 'gratis' bij. Om een creatief
klimaat te realiseren is het voor leidinggevenden de uitdaging bij uitstek
om te zorgen voor een goede balans tussen druk en ontspanning, voor ruime
uitwisseling van kennis en informatie en voor tolerantie voor afwijkende
ideeën en het maken van fouten. Bovendien legt de creatieve manager
zelf af en toe de benen op tafel om ontspannen na te denken over dat waar
hij mee bezig is: een vorm van nuttige overtolligheid.'
Het zijn voorwaarden waarvan ook creativiteitsconsultant Boshouwers weet
dat eraan moet worden voldaan om creativiteit in organisaties optimaal
te benutten. Maar tegelijkertijd ziet hij dat de praktijk weerbarstig
is. 'De voorwaarden stroken nauwelijks met de huidige gang van zaken in
bedrijven. Ook in ons eigen bedrijf schiet de broodnodige rust en ontspanning
er wel eens bij in. Je ontkomt nauwelijks aan de druk van opdrachtgevers
en deadlines. Gelukkig levert de chaos van veel verschillende opdrachten
ook de nodige creativiteit op, want door een soort kruisbestuiving is
het een goede bron voor ideeën"
Hoe
bevorder je creativiteit?
Het adviesbureau &Samhoud ( www.samhoud.nl
) in Utrecht werkt voor dienstverleners en adviseert op allerlei terrein
van strategieontwikkeling tot het begeleiden van veranderingsprocessen.
Werk dat een gestage stroom van creatieve ideeën veronderstelt. Waarnemend
directeur Edwin Winter legt uit met welke middelen het bureau de creativiteit
van het bedrijf probeert te bevorderen: 'We stellen heldere doelen op
voor het bedrijf, de business units en de medewerkers met behulp van de
vier terreinen van de balanced scorecard (financiën, klantentevredenheid,
medewerkerstevredenheid en innovatie/kennis). Iedere medewerker stelt
zichzelf doelen op die terreinen en we meten regelmatig wat daarvan terecht
komt.'
Om de gestelde doelen te halen moet alle creativiteit gemobiliseerd worden.
Dus wordt bij de aanname van personeel gelet op creatieve vermogens, zijn
er stiltekamers voor wie rustig wil nadenken en werkt het bureau niet
met standaardprocedures en -concepten. Winter: 'Voor elk nieuw project
brainstormen we met mensen uit de organisatie en soms ook met de klant.
Het stimuleren van creativiteit komt voort uit de 'Service Profit Chain-filosofie',
van waaruit het bureau wil werken. Die filosofie stelt de medewerker centraal,
want als die naar zijn zin heeft, bedient hij de klanten beter en zorgt
hij dat tevreden klanten, loyale klanten worden.
Voorbeelden van het creatief denkwerk zijn het brainstormen met topmanagers
over het fileprobleem in een tent op verkeersplein Oudenrijn en de speciale
offerte die Winter aan een potentiële Duitse klant stuurde: een speciale
uitgave van het weekblad 'der Spiegel': een fictief nummer uit 2001, met
daarin ruime aandacht voor de prestaties van dat bedrijf.
En ook de naam van het bureau getuigt van creativiteit. Aanvankelijk opgericht
als Arends & Samhoud, bleef na het vertrek van Arends '&Samhoud'
over. Nu zet iedere medewerker zijn eigen naam daarvoor om aan te geven
dat het de mensen zijn die het bedrijf maken.
|
|